Traditiegetrouw kondigt het kabinet op Prinsjesdag de begroting voor het volgende jaar aan. Ook aan de belastingen verandert één en ander in het nieuwe jaar. Door het nieuwe belastingplan zullen Nederlanders volgend jaar meer te besteden hebben.

Over de bank genomen gaat de koopkracht er voor de Nederlander er in 2021 op vooruit, mede door de verlaging van verschillende belastingen. Gemiddeld stijgt de koopkracht met 0.8%. Het is wel belangrijk om in je achterhoofd te houden dat het om een gemiddelde gaat en het natuurlijk heel goed kan dat in jouw specifieke situatie, de koopkracht daalt of zelfs meer stijgt.

De inkomstenbelasting gaat omlaag

Zoals je wellicht weet is de belasting op inkomen verdeeld in schijven, hoe meer je verdiend, hoe meer belasting je betaalt over een deel van je inkomen. Het belastingtarief in de eerste schijf gaat iets omlaag (van 37,35% naar 37,10%), dit betekent dat iedereen iets minder belasting betaald. Het belastingtarief in de eerste schijf geldt voor inkomens tot €68.508.

Vanaf 2022 gaat dit tarief overigens stapsgewijs nog verder omlaag, naar 37,03% in 2024. Ook het lagere tarief dat geldt voor gepensioneerden met een inkomen tot €35.000 per jaar gaat omlaag. In onderstaande tabel zie je de geplande verlaging van dit tarief voor de komende jaren:

JaarTarief inkomstenbelastingTarief ouderen
202037,35%19,45%
202137,10%19,20%
202237,07%19,17%
202337,05%19,15%
202437,03%19,13%
Bron: Rijksoverheid

Daarnaast wordt de arbeidskorting verhoogd. De arbeidskorting is een heffingskorting voor mensen die werken, door deze korting te verhogen, betaal je minder belasting en loont werken dus meer.

In totaal zorgen deze maatregelen voor een lastenverlichting van één miljard euro.

Hypotheekvrij!

Je huis aflossen in 10 simpele stappen

Belasting op klein vermogen gaat omlaag

De hoeveelheid belasting die je betaald op je vermogen (vermogensrendementsheffing) staat al langer ter discussie: dit wordt berekend op basis van een fictief rendement dat in werkelijkheid vrijwel nooit gehaald wordt (door onder meer de lage spaarrente).

Daarom gaat per 2021 het heffingsvrije vermogen (dat deel van je vermogen dat vrijgesteld is van belastingen) omhoog. Het vermogen waar je geen belasting over betaald gaat van €30.846 naar €50.000. Dit bedrag geldt per persoon. Heb je een fiscaal partner? Dan kunnen jullie samen tot €100.000 belastingvrij sparen.

Ongeveer een miljoen ‘kleine spaarders’ hoeven door deze maatregel geen belasting meer te betalen over hun vermogen in box 3. Mensen die boven deze heffingsvrije grens zitten, gaat daarentegen iets meer belasting betalen. De belasting die je dan betaald over je fictieve rendement, gaat van 30% naar 31%.

Het schrappen van de overdrachtsbelasting scheelt op een woning van €250.000 al zo’n €5.000.

Voorbeeldberekening Overdrachtsbelasting

Starters betalen geen overdrachtsbelasting meer

Starters op de woningmarkt hebben enorme moeite met het kopen van een eigen woning. Om deze groep mensen te helpen heeft het kabinet besloten de overdrachtsbelasting bij de aankoop van een huis voor deze groep te schrappen.

Ben je tussen de 18 en 35 jaar, en ga je voor het eerst een eigen huis kopen? Dan betaal je dus geen 2% overdrachtsbelasting meer. Op een woning met een aankoopprijs van €250.000 scheelt dit je al €5.000. Omdat je de kosten koper niet kunt meefinancieren met de hypotheek, betekent dit dat je minder eigen geld nodig hebt voor de aanschaf van je eigen huis.

De keerzijde van het schrappen van de overdrachtsbelasting is mogelijk wel dat huiseigenaren die hun huis verkopen een hogere prijs vragen, of dat starters hoger gaan (over)bieden. Dit zou een stijging van de huizenprijzen in de hand kunnen werken, waardoor de wijziging op den duur z’n werking verliest en zelfs averechts zou kunnen werken.

Als je een woning koopt voor de verhuur, gaat dit tarief echter omhoog. Beleggers op de woningmarkt betalen met ingang van het nieuwe jaar 8% overdrachtsbelasting.

Delen: